Vroegtijdig pensioen wegens ziekte

1.  BURGERLIJKE  AANSPRAKELIJKHEID

Binnen COV werd een mutuele kas opgericht onder de naam:

O.H.B.V. = Onderlinge Hulp bij Burgerlijke Verantwoordelijkheid.

Dit is een mutuele kas met het doel de specifieke verantwoordelijkheid, voorzien in het Burgerlijk Wetboek, in de uitoefening van de betrekking van leerkracht te dekken.
In de uitoefening van zijn/haar ambt is de algemene specifieke burgerlijke verantwoordelijkheid voor onze leden 100 % gedekt.  Een bijkomende verzekering is niet nodig.

Deze mutuele kas komt tussen indien de waarborg van de verzekeringsmaatschappij waarop ons lid beroep kan doen ontoereikend is.  
Onze leden kunnen eveneens beroep doen op juridische hulp en advies.

De OHBV-kas vergoedt enkel voor die schoolongevallen waarbij de burgerlijke verantwoordelijkheid van een aangesloten lid betrokken is en waarvoor een eis tot schadevergoeding gesteld wordt door de beschadigde of wettelijke indeplaatssteller.

Elk ongeval moet binnen de 15 dagen op een daartoe bestemd formulier, te bekomen bij de vakbondsafgevaardigde van de school of de provinciale verantwoordelijke, overgemaakt worden  aan de provinciale afgevaardigde (in drievoud).  Indien het COV-lid reeds gedekt is door een verzekeringscontract maar de tussenkomst ontoereikend is, kan er een aanvullende schadevergoeding door de OHBV-kas betaald worden.

 

2.  SPECIALE  KAS

Artikel 11:  RECHTHEBBENDEN:

Voor de personeelsleden van het onderwijs, aangesloten bij het Christelijk Onderwijzersverbond, wordt een speciale kas opgericht met het doel onderlinge hulp te verstrekken, afhankelijk van het aantal betalingen van de lidmaatschapsbijdrage aan het COV.

De rechthebbenden worden ondergebracht in volgende categorieën (de manier van betalen - maandelijks, per trimester, per semester, jaarlijks - kan gecombineerd worden):

Categorie I:
Twee en drie jaar ononderbroken lidmaatschap (Enterlidmaatschap inbegrepen).

Categorie II:
Vier tot en met zes jaar ononderbroken lidmaatschap (Enterlidmaatschap inbegrepen).

Categorie III:
Zeven tot en met negen jaar ononderbroken lidmaatschap (Enterlidmaatschap inbegrepen).

Categorie IV:
Tien jaar of meer onderbroken lidmaatschap (Enterlidmaatschap inbegrepen)

 

Artikel 12:  VOORWAARDEN:

 

Artikel 13:  SOORTEN ONGEVALLEN:

Volgende ongevallen komen in aanmerking voor vergoeding:

  1. Arbeidsongevallen en ongevallen op de weg naar en van het werk overkomen aan een lid, erkend door de bevoegde arbeidsongevallenverzekeraar;
  2. Niet-erkende arbeidsongevallen die vallen onder volgende definitie:
    "Een ongeval dat ogenschijnlijk valt binnen het toepassingsgebied van de arbeidsongevallenreglementering doch dat door de bevoegde verzekeraar niet wordt erkend.  De gebeurtenis moet zich in elk geval voordoen tijdens de uitoefening van de arbeid, op de weg van of naar de arbeidsplaats of naar aanleiding van een activiteit die door de reglementering gelijkgesteld wordt met de uitoefening van de arbeid";
  3. De ongevallen het lid overkomen op weg van en naar een COV-vergadering of uitdrukkelijk opgelegde COV-opdracht en  ongevallen bij het vervullen van een uitdrukkelijk opgelegde COV-opdracht.
    De term "de weg van en naar een COV-vergadering of een COV-opdracht" wordt op dezelfde wijze toegepast als de term "de weg van en naar het werk" in de arbeidsongevallenregeling.

Artikel 14:  TUSSENKOMSTEN:

Alle hierna voorziene bedragen zijn onderling nooit cumuleerbaar en worden per ongeval slechts één keer uitgekeerd, ongeacht het aantal rechthebbenden.

De categorieën worden nader bepaald in artikel 11.

De tussenkomst wordt als volgt bepaald voor de ongevallen voorzien in artikel 13:

14.1. Tussenkomst voor afwezigheid bij niet-dodelijk ongeval:
  • Categorie I
 € 2,50 per dag met een maximum van 30dagen of € 75,00.
  • Categorie II
 € 2,50 per dag met een maximum van 60 dagen of € 150,00
  • Categorie III
 € 2,50 per dag met een maximum van 90 dagen of € 225,00
  • Categorie IV
 € 2,50 per dag met een maximum van 120 dagen of € 300,00
14.2.  Tussenkomst bij dodelijk ongeval
14.2.1.  Aan de weduwe/ weduwnaar of aan de wettelijk samenwonende; bij ontstentenis hiervan aan de inwonende kinderen.
* Ongevallen bedoeld in artikel 13 a:
  • Categorie I
 € 1.250,00
  • Categorie II
 € 1.875,00
  • Categorie III en IV
 € 2.500,00
* Ongevallen bedoeld in artikel 13 b en c:
  • Categorie I
 € 2.500,00
  • Categorie II
 € 3.750,00
  • Categorie III en IV
 € 5.000,00
14.2.2.  Bij ontstentenis van de rechthebbenden vermeld in artikel 14.2.1: aan de ouders die onder hetzelfde dak wonen; bij ontstentenis hiervan aan de broers/zusters die onder hetzelfde dak wonen.
Ongevallen bedoeld in artikel 13 a:
  • Categorie I
 € 625,00
  • Categorie II
 € 937,50
  • Categorie III en IV
 € 1.250,00
* Ongevallen bedoeld in artikel 13 b en c:
  • Categorie I
 € 1.250,00
  • Categorie II
 € 1.875,00
  • Categorie III en IV
 € 2.500,00

Artikel 15:  BEPERKINGEN

15.1.  In geen geval wordt de eigen materiële schade en de schade aan een derde betrokkene, in toepassing van dit statuut, vergoed.

15.2.  Wat ook de aard van het ongeval is, de tussenkomst van de speciale kas OHBV is voor eenzelfde geval beperkt tot een maximumbedrag van € 5.000,00.

Artikel 16:  AANGIFTE

Elk ongeval moet binnen de zes maanden aangegeven worden op een daartoe bestemd formulier aan de provinciaal afgevaardigde OHBV.
Bij het niet naleven van deze termijn, kan de Commissie de tussenkomst weigeren.

De aangifte moet gebeuren door de rechthebbenden:

Artikel 17:  BIJKOMENDE INLICHTINGEN

Op verzoek van de provinciaal afgevaardigde of van het algemeen secretariaat van het COV moet de rechthebbende alle nuttige inlichtingen omtrent de aard en de oorzaak van het ongeval verschaffen.
Op verzoek van het algemeen secretariaat of de Commissie OHBV kan elk ongeval ter plaatse onderzocht worden door de provinciaal vertegenwoordiger OHBV die ook getuigen kan horen.
In deze gevallen zal de provinciaal vertegenwoordiger OHBV een schriftelijk verslag voorleggen aan de Commissie die een beslissing treft.

 

3.  UW  NETTOPENSIOEN

HET PENSIOENBEDRAG

Bij de oppensioenstelling wordt het jaarbedrag van rustpensioen tegen 100 % berekend.  Dit is het niet-geïndexeerd bedrag.  Het bedrag wordt geïndexeerd door er de coëfficiënt 1,4859 op toe te passen.  Het geïndexeerde jaarbedrag wordt daarna gedeeld door 12.  Zo verkrijgt men het maandelijks brutobedrag.

 

De indexaanpassing is de aanpassing van het pensioen aan de indexschommelingen.  De index is gekoppeld aan de levensduurte en volgt de evolutie van de consumptieprijzen.  Als de spilindex bereikt of overschreden wordt, worden de salarissen en sociale uitkeringen in de publieke sector verhoogd met 2 %.  De indexaanpassing wordt uitgevoerd op het brutopensioenbedrag en geeft bijgevolg niet dezelfde verhoging op het nettobedrag als resultaat!

Het jaarbedrag kan ook tweejaarlijks verhogen door de toepassing van de automatische perequatie.  Sinds 1 januari 2007 is het systeem van een individuele perequatiecoëfficiënt vervangen door een collectieve perequatie.  Alle rust- en overlevingspensioenen zijn gekoppeld aan een bepaalde perequatiekorf die overeenstemt met de sector waarin het personeelslid zijn loopbaan beëindigt.  Voor het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap is er één korf.  De korven bevatten een aantal salarisschalen waarvoor een voldoende belangrijk aantal nieuwe gepensioneerden is gedurende een periode van vier jaar voorafgaand aan het begin van een referteperiode.  Bij een perequatie worden de pensioenen verhoogd met een perequatiepercentage dat overeenstemt met de loonevolutie in hun perequatiekorf.  Op 1 januari 2009 werd het nieuwe perequatiesysteem voor de eerste keer toegepast.

DE  AFHOUDINGEN

Op het pensioen wordt een wettelijk verplichte afhouding gezondheidszorgen doorgevoerd.  Die bedraagt 3,55 % van het brutomaandbedrag.  De afhouding wordt doorgestort aan het RIZIV. 

De aanvullende verzekeringsbijdrage die een gepensioneerde zelf betaalt aan zijn ziekenfonds, mag niet verward worden met de verplichte wettelijke afhouding. De aanvullende verzekering omvat een bijkomend verzekeringspakket, dat kan verschillen naargelang het ziekenfonds waar men bij aangesloten is.

Indien het maandelijks brutobedrag van het pensioen onder een bepaald minimum valt, wordt niets afgehouden.  Voor personen zonder gezinslast is die grens 1.280,54 euro en voor personen met gezinslast 1.517.61 euro.

De begrafenisvergoeding voor de langstlevende echtgenoot of de erfgenamen in rechte lijn is gelijk aan het laatste brutomaandbedrag van het rustpensioen, maar beperkt tot 2.300,61 ruto vanaf 1 januari 2009.  Er wordt maandelijks 0,5 % van het brutobedrag van het rustpensioen afgehouden voor de financiering van de begrafenisvergoeding.  Op de overlevingspensioenen wordt geen inhouding voor de begrafenisvergoeding verricht.

De afhouding solidariteitsbijdrage wordt vanaf 1 januari 1995 op de pensioenen uitgevoerd.  Dat is naar analogie met de afhouding die sinds 1 april 1994 op de wedden wordt toegepast.  De opbrengst gaat naar het Fonds voor Vrijwaring van de Pensioenstelsels.  De solidariteitsbijdrage wordt berekend volgens een bepaalde formule en mag maximum 2 % van het geïndexeerd brutomaandbedrag bedragen.
In tegenstelling tot het systeem van lonen en wedden wordt de solidariteitsbijdrage afgetrokken voordat men komt tot het belastbaar bedrag.  De bedrijfsvoorheffing wordt berekend op het bedrag dat overblijft na alle inhoudingen op het brutobedrag.

De bedrijfsvoorheffing is als een voorschot op de belastingsaanslag.  De inhouding gebeurt aan de hand van de officiële barema's van bedrijfsvoorheffing voor gepensioneerden.  Bij het bepalen van de bedrijfsvoorheffing die op het pensioen wordt ingehouden, houdt de Centrale Dienst der Vaste Uitgaven rekening met de gezinstoestand.

Er zijn twee schalen van bedrijfsvoorheffing.

Schaal II

(partner ten laste), waar de afhouding aan de bron het laagst is, wordt toegepast voor de gepensioneerde:

Schaal I

(alleenstaande of gezin met twee inkomens), wordt toegepast voor de gepensioneerde die ofwel:

De voorheffing op schaal I wordt evenwel verminderd met een forfaitair bedrag van:

De bedrijfsvoorheffingsschalen-pensioenen van toepassing vanaf 1 januari 2010 kunnen op www.cov.be geraadpleegd worden.

Als na de pensionering een wijziging optreedt in de familiale of de fiscale toestand, dient die gemeld te worden aan de Federale Overheidsdienst financiën - Administratie van de Thesaurie, Centrale Dienst der Vaste Uitgaven, Maandelijkse Pensioenen, Kunstlaan 30 te 1040 Brussel.  U kunt een formulier "Verklaring familiale en fiscale toestand" downloaden van: http://www.cdvupensioenen.fgov.be

 

4.  VROEGTIJDIG   PENSIOEN   WEGENS   ZIEKTE

Sociale anciënniteit: recht op bezoldigd ziekteverlof

Vastbenoemde personeelsleden hebben recht op 30 kalenderdagen bezoldigd ziekteverlof per jaar sociale anciënniteit.  De sociale anciënniteit omvat de salarisanciënniteit, maar kan nog verhoogd worden met bepaalde andere diensten, bijvoorbeeld de diensten die zijn gepresteerd vóór de minimumleeftijd van de salarisschaal.

TBS wegens ziekte

Door de langdurige ziekte kan men de opgebouwde ziektedagen uitputten.  Als het schoolbestuur vaststelt dat iemand zijn resterend ziekteverlof dreigt uit te putten, moet het dat onmiddellijk aan het werkstation melden.  Na uitputting van het recht op bezoldigd ziekteverlof, wordt het personeelslid door het schoolbestuur ter beschikking gesteld wegens ziekte.  Het salaris wordt vervangen door een wachtgeld.

Van salaris naar wachtgeld

Een personeelslid in TBS wegens ziekte ontvangt een wachtgeld tussen 50 % en 75 % van het activiteitssalaris, afhankelijk van de geldelijke anciënniteit.  Het wachtgeld blijft ongewijzigd tijdens de periode van TBS wegens ziekte, uitgezonderd bij een wijziging in de regelgeving, een vermindering van de opdracht, een uitbreiding van de benoeming of een indexverhoging.  Een personeelslid dat deeltijds werkt op het moment dat het ter beschikking wordt gesteld wegens ziekte, ontvangt een wachtgeld berekend op basis van het salaris verbonden aan de deeltijdse betrekking.

Beslissingen van de Pensioencommissie

Het werkstation brengt de Cel Pensioenen van MEDEX op de hoogte van de TBS wegens ziekte.  Die roept het personeelslid op voor een medisch onderzoek.  De controlerende geneesheren geven een advies op basis waarvan de hoofdgeneesheer van MEDEX een beslissing neemt.  De beslissingen van de Pensioencommissie worden aangetekend naar het personeelslid gestuurd.

Geen vroegtijdig pensioen

 Een van de volgende beslissingen kan worden genomen:

 


De provinciaal verantwoordelijke:
    Gilbert Raes, Wijngaardweg 15, 9450 Haaltert, 
    tel./fax: (053) 83 19 68   -  
E-mailadressen: gille.raes@skynet.be